STRESS & OVERPRIKKELING

Voor wie altijd aan staat en nooit echt uit.

 

Je emmer loopt over. Hoe overprikkeling werkt en waarom stoppen zo moeilijk is.

Je staat in de supermarkt en de muziek is net een tikkeltje te hard. De rij is net een tikkeltje te lang. Iemand staat net iets te dicht bij je. En opeens voel je een golf van irritatie die nergens op slaat, want het is gewoon een supermarkt.

Maar het slaat ergens op. Alleen niet op de supermarkt.

Het slaat op alles wat er al was voordat je binnenstapte.

Ons zenuwstelsel verwerkt voortdurend prikkels: geluiden, beelden, geuren, gesprekken, verantwoordelijkheden, zorgen, verwachtingen. Al die informatie komt binnen en vraagt verwerking. Zolang de capaciteit van je systeem groter is dan de stroom van prikkels, houd je het bij. Je bent moe aan het einde van de dag, maar je slaapt. Je hebt een drukke week, maar het weekend helpt.

Maar als de stroom groter wordt dan de capaciteit, en dat gebeurt vaak heel geleidelijk, dan begint je emmer vol te raken. En een volle emmer heeft geen ruimte meer voor nieuwe prikkels, hoe klein ook.

Dat is waarom die supermarkt opeens te veel is. Dat is waarom een vraag van je kind aan het einde van de dag voelt als een aanval. Dat is waarom je ’s avonds op de bank zit en je hersenen maar niet uitzetten.

Waarom stoppen zo moeilijk is

Als je al lang overprikkeld bent, doet je zenuwstelsel iets interessants: het went aan de staat van alertheid. Je systeem raakt gewend aan het hoge niveau van activering, en dat wordt het nieuwe normaal. Rust voelt dan niet als rust. Rust voelt als ongemak. Want in de stilte is er opeens ruimte voor alles wat je al die tijd niet hebt gevoeld.

Dus blijf je bezig. Je pakt je telefoon. Je bedenkt nog iets wat moet. Je maakt je druk om dingen die morgen ook nog kunnen. Je lichaam weet dat stoppen iets losmaak, en zolang dat onbekend en onveilig aanvoelt, houdt het je liever in beweging.

Dat is geen gebrek aan wilskracht. Dat is je systeem dat je probeert te beschermen.

Wat overprikkeling met je lijf doet

Overprikkeling is geen mentale toestand. Het zit in je lijf. Je schouders die omhoog kruipen zonder dat je het merkt. Je kaken die je ’s ochtends gebald wakker worden. Je ademhaling die hoog en oppervlakkig blijft, ook als je zit. Je spieren die nooit echt los gaan.

Je lichaam staat de hele dag klaar voor iets. En aan het einde van de dag is het uitgeput van al dat klaarblijven, terwijl er feitelijk niets is gebeurd.

Chronische overprikkeling vraagt ook iets van je slaap, je concentratie, je stemming en je geduld. Je wordt prikkelbaar. Je vergeet dingen. Kleine beslissingen kosten opeens energie. Je voelt je leeg maar kunt toch niet stoppen.

Wat helpt

De uitweg uit overprikkeling loopt niet via meer discipline of vroeger naar bed gaan. Die loopt via je zenuwstelsel.

Wat je systeem nodig heeft zijn signalen van veiligheid. Niet één keer, maar regelmatig, kleine momenten door de dag heen. Een langzame uitademing. Even buiten staan. Je voeten voelen op de grond. Bewust horen wat je hoort. Dat zijn geen trucjes. Dat is je zenuwstelsel leren dat het even mag bijkomen.

De grootste vergissing die mensen maken is wachten op het weekend, de vakantie, het moment dat het rustiger wordt. Maar een lichaam dat zes weken op scherp heeft gestaan, ontspant niet in twee weken Italië. Het heeft kleine, regelmatige herstelmomenten nodig. Niet groot. Gewoon aanwezig.

Eske Hoekman is eigenaar van AGAPIA en werkt als trauma- en zenuwstelselcoach. Ze begeleidt mensen die functioneren maar vanbinnen uitgeput zijn, terug naar contact met zichzelf.