Over mij, AGAPIA
over eske

Je bent hier waarschijnlijk niet omdat alles goed gaat.


Ik ben Eske. Moeder van drie, al meer dan 24 jaar werkzaam bij de politie, waarvan ruim 20 jaar als geÃŧniformeerd hulpverlener op straat.

Ik ken het verschil tussen overleven en leven. Van binnenuit.

dit ben ik

Eske Hoekman

Politievrouw. Moeder. Coach. Ervaringsdeskundige. In die volgorde leerde ik mezelf kennen, en in een andere volgorde leerde ik mezelf terug te vinden.

Wat hieronder staat is geen samenvatting. Het is het verhaal zoals het me overkwam. Neem er rustig de tijd voor.


Het verhaal

Hoe ik hier kwam.

Ik begon bij de politie eigenlijk meer uit nieuwsgierigheid dan uit een groot plan. Net klaar met mijn opleiding sociaal pedagogisch werk, niet goed wetend wat ik wilde, vulde ik een sollicitatieformulier in. Ik mocht de testen doen en werd aangenomen.

Ik groeide op in een groot gezin in Zeeland, een van zes kinderen. Ik leerde vroeg om er voor anderen te zijn en mezelf weg te cijferen. Weinig ruimte voor emoties, want met zes kinderen hadden mijn ouders het al druk genoeg. Dat patroon nam ik mee naar mijn werk. Het paste perfect bij de cultuur die ik aantrof.

Eigenlijk ben ik bij de politie volwassen geworden. Ik ging er naartoe om mensen te helpen, dat is altijd mijn drijfveer geweest. En de actie trok me aan. Ik ben enorm nieuwsgierig en nu kon ik legaal overal met mijn neus vooraan staan.

Eske in de natuur, een moment van rust

Maar het patroon van wegcijferen ging gewoon mee. In Zeeland had ik geleerd dat jij er bent voor anderen. Bij de politie leerde ik dat je sterk bent en niet stilstaat bij wat het met je doet. Die twee dingen pasten perfect op elkaar. En dat werd op den duur het probleem.


Tot een aantal ernstige incidenten alles veranderde.

Agressie en geweld hoorden bij politiewerk, dat wist ik. Maar na een reeks ingrijpende incidenten begon er iets te schuiven. Terugkerende nachtmerries. Altijd alert. Altijd gespannen. Ik redeneerde het weg. Dit is normaal. Dit is politiewerk. Angst mocht niet. Politiemensen zijn sterk, niet bang.

Maar mijn lijf dacht daar anders over.

De bodem

Het kwam niet in ÊÊn moment.

Het was een lange periode waarin ik vooral aan het overleven was, in plaats van leven. Mijn zenuwstelsel stond continu aan. Mijn hoofd functioneerde nog, mijn lichaam ook, maar ik voelde eigenlijk niets meer. Alsof het contact met mezelf langzaam verdwenen was.

Op mijn werk raakte ik mijn focus kwijt. Thuis ook. Ik had een kort lontje, was snel overweldigd en wist niet meer hoe ontspanning voelde. Er zat ook een zwaarte onder. Somberheid die langzaam meer ruimte innam.

Wat me het meest raakte, was thuis.

Ik kon niet de moeder zijn die ik wilde zijn. Dat gevoel sneed het diepst. Niet alleen als symptoom van PTSS, maar als verlies van wie ik dacht te zijn. Ik voelde me tekortschieten, als moeder en als collega. En langzaam verloor ik de verbinding met de mensen om me heen. Het werd stil. Eenzaam.


Via de bedrijfsarts kreeg ik uiteindelijk de diagnose PTSS.

En ik wilde daar niets van weten.

Alles in mij zei dat het tijdelijk was, dat ik hier binnen een paar maanden wel doorheen zou zijn. Deadline zetten, aanpakken, klaar. Zo deed ik alles in het leven. Maar ik was ook woedend. Op de diagnose, op iedereen die suggereerde dat ik hulp nodig had. Hulp nodig hebben was falen. Ik was de stoere politievrouw. Ik deed dit zelf.

Kort daarna werd ik benaderd door een collega van het Buddy Project. Hij zei dat hij naast me wilde lopen. Ik werd boos. Want ik kon het zelf. Ik had niemand nodig.

Dat was precies het probleem.

Hij liep toch naast me. Zonder oordeel. Naar de moeilijke gesprekken, naar de momenten dat ik er zelf niet meer uit kon. En hij stond ook naast mijn partner, want het thuisfront lijdt ook mee. Dat wordt te vaak vergeten.

Als ik er nu op terugkijk, was ik in die periode geen makkelijk mens. Maar hij was er gewoon.

Er is ook iets verloren gegaan in die jaren. Tijd met mijn kinderen die ik niet meer terugkrijg. Een versie van mezelf die ik nooit meer word. Dat draag ik mee. Niet als last, maar als waarheid.

Kennis zonder veiligheid verandert niets.

De weg terug

Wat er veranderde was niet dat ik het opeens begreep. Het was dat ik het voelde.

Via Recovery, een project binnen de politie, ging ik naar buiten. De polder in, het bos in. Minder praten, meer voelen. Vertragen. Soms zelfs iets van genieten.

Daar maakte ik voor het eerst echt kennis met ademhaling. We deden oefeningen, eenvoudige technieken. En wat me raakte was dat het helemaal niet zweverig was. Collega's van de DSI gebruikten het voor elke inzet. Niet als therapie. Als tool.

Tegelijkertijd werkte ik ook met een psycholoog, met EMDR en gesprekken. Maar de combinatie van praten Ên bewegen, ademen, buiten zijn, dat was wat het verschil maakte. Opeens begon de therapie ook beter te gaan.

Eske, haar in de wind

Via psychosomatische fysiotherapie leerde ik mijn lichaam weer kennen. Ik ging weer voelen. Letterlijk. Mijn eigen handen, mijn eigen adem, mijn eigen gewicht op de grond. Dingen die ik jarenlang niet had gevoeld omdat mijn systeem te druk was met overleven. En ik begon te herkennen dat het trauma niet alleen in mijn gedachten zat, maar echt opgeslagen lag in mijn lijf. Praten had dat niet bereikt. Het lichaam wel.

Dat werd het keerpunt.

Van daaruit ben ik opleidingen gaan volgen. Eerst voor mezelf: basiscoach, lichaamsgerichte coach, zenuwstelselcoach, ademcoach. Niet omdat ik van plan was coach te worden, maar omdat ik wilde begrijpen wat er met me was gebeurd. En waarom niemand me dat eerder had verteld.

En ik ben nog steeds niet uitgeleerd.

Wat er veranderde was niet dat ik het opeens begreep. Het was dat ik het voelde.

Waarom AGAPIA

Er was niet ÊÊn moment waarop ik besloot dit te gaan doen.

Het groeide. Langzaam, terwijl ik merkte wat er in mezelf veranderde. Van geen contact meer hebben met mezelf, naar weer iets kunnen voelen. Van overleven, naar weer een beetje leven.

Ik merkte dat ik weer aanwezig kon zijn bij mijn kinderen. Dat we weer samen dingen konden doen. Dat kleine momenten weer iets betekenden.

En ergens in dat proces groeide het besef: als dit voor mij mogelijk is, dan moet dit ook voor anderen mogelijk zijn.

Zo ontstond AGAPIA.


Ik begeleid nu mensen die vastlopen. Hulpverleners, maar ook anderen die te lang te veel hebben gedragen. Mensen die functioneren en toch het gevoel hebben dat ze verdrinken. Mensen die ademwerk zweverig vinden en praten over gevoelens iets voor anderen.

Ik zeg dan altijd eerlijk: ik dacht precies hetzelfde.

En misschien herken jij die weerstand ook. Die overtuiging dat je het zelf wel redt. Dat dit niets voor jou is. Dat anderen dit nodig hebben, maar jij niet.

Ik weet hoe dat voelt. En ik weet wat er aan de andere kant van die weerstand ligt.

Wat ik heb is dit: ik ken dit van binnenuit. Ik weet wat het kost om hier te zijn. En ik loop een stuk met je mee.

Er is een verschil tussen overleven en leven. Dat verschil is het waard.

Buiten de praktijk

Buiten de praktijk ben ik dit.

Te paard door de duinen of in het bos, daar laad ik op. Ik woon met mijn geweldige man en onze drie kinderen, samen met schapen, kippen, katten, een hond en een paard.

Ik hou van muziek en lange gesprekken aan de keukentafel. Van traag leven. Van echte connectie. Van de zon, een terrasje, of gewoon onze tuin. En van een dagje op stap met mijn gezin.

paardrijden duinen & bos muziek keukentafel traag leven tuin & zon ons gezin

Opleidingen

Basiscoach · Lichaamsgerichte coach · Zenuwstelselcoach · Ademcoach.

In opleiding tot lichaamsgericht trauma­therapeut en reflex­integratie­therapeut.
welkom

Als dit verhaal iets bij je losmaakt, ben ik er.

Je hoeft nog nergens klaar voor te zijn. Een appje is genoeg.

Bericht me via WhatsApp

AGAPIA · Eske Hoekman