Je hoofd staat aan. Je lijf staat op scherp. Wat er dan écht gebeurt.

Je gaat op vakantie en komt uitgeput thuis. Je zit eindelijk op de bank en pakt je telefoon. Je liegt jezelf voor dat je alleen even snel iets checkt, maar het echte verhaal is dat stilzitten ondraaglijk is geworden. Je zenuwstelsel heeft de veiligheid van rust zo lang niet meer gevoeld, dat het vergeten is hoe dat voelt.

 

Waarom je niet kunt stoppen terwijl je zo moe bent

Je kent het gevoel waarschijnlijk. Moe, maar niet kunnen stilzitten. Vrij, maar niet ontspannen. Leeg vanbinnen, maar blijven doorgaan. Je zoekt prikkels zonder dat je het doorhebt, want zodra het stil wordt, wordt de onrust groter dan de moeheid.

 

Je zenuwstelsel heeft één taak: overleven. En als het lang genoeg in een staat van alertheid heeft gezeten, dan wordt alertheid het nieuwe normaal. Je lichaam weet gewoon niet meer hoe het uit moet.

 

Wat er in je lijf gebeurt

Je autonome zenuwstelsel regelt alles wat je niet bewust aanstuurt: je hartslag, je ademhaling, je spijsvertering, hoeveel energie je aanmaakt en wanneer je herstelt. Het doet dit altijd, zonder jouw toestemming, op basis van één vraag: ben ik veilig?

 

Dat scannen gaat onbewust. Je lichaam doet het toch, elke seconde van de dag, zonder dat jij er iets voor hoeft te doen.

 

Als alles goed is, zit je in wat je de ruststand kunt noemen. Je kunt helder denken, verbinding voelen met anderen, genieten van wat er is. Je lichaam herstelt. Je slaapt.

 

Maar als je zenuwstelsel lang genoeg signalen van dreiging heeft ontvangen, of als je werk en leven al jarenlang om alertheid en presteren draaien, dan schakelt het over naar de actiestand. Je hart klopt sneller. Je spieren spannen aan. Je ademhaling gaat omhoog in je borst. Je hoofd maakt overuren. Je bent klaar voor gevaar, ook als dat gevaar er niet meer is.

 

En dan is er nog een derde stand, die de meeste mensen niet kennen maar wel herkennen als je hem beschrijft: de bevriezingsstand. Je functioneert, maar je voelt niets meer. Je bent aanwezig maar afwezig. Je doet wat je moet doen, maar contact, met jezelf of met anderen, is weg. Je lijf doet het. Je hoofd doet het. Maar jij bent er eigenlijk niet meer bij.

 

De staalkabels in je nek

Een lijf in chronische alertheid laat dat zien. In je spieren. In je ademhaling. In hoe je slaapt, of niet slaapt. In dat opgejaagde gevoel dat er altijd is, ook als er niets aan de hand is. In hoofdpijn. In hartkloppingen. In een nek die voelt alsof er staalkabels doorheen lopen.

 

Al die dingen hangen samen. Het is één systeem dat al te lang op scherp staat, en dat laat zich zien in je lijf omdat het nergens anders meer naartoe kan.

 

Je lijf probeert je iets te vertellen. Het wil dat je stopt. Het beschermt je op de enige manier die het kent.

 

Waarom praten alleen niet genoeg is

Er is een reden waarom je van alles kunt begrijpen en er toch niks verandert. Je kunt weten dat je gestrest bent. Je kunt weten waar het vandaan komt. Je kunt er prachtige gesprekken over voeren. En dan ga je naar huis en staat je systeem weer op scherp.

 

Het zenuwstelsel reageert op veiligheid, en veiligheid zit in je lijf. Zolang je lichaam nog denkt dat het gevaar loopt, komt welk advies of inzicht dan ook niet echt binnen.

 

Wat er wél helpt

Begin bij je ademhaling. Heel eenvoudig. Adem in, en laat je uitademing iets langer duren dan je inademing. Dat kleine verschil stuurt een signaal naar je zenuwstelsel: het is veilig om bij te komen.

 

Bewegen helpt, en dan bedoel ik bewegen omdat je lichaam spanning letterlijk wil kwijtraken. Lopen. Buiten zijn. Voelen dat je voeten op de grond staan.

 

Een hand op je buik. Voelen hoe je zit. Horen wat je hoort. Kleine dingen, die je zenuwstelsel oefening geven in het herkennen van veilige signalen.

 

En soms helpt het om iemand naast je te hebben die dat weet. Want je zenuwstelsel reguleert ook via andere mensen, via een rustige stem, via aanwezigheid zonder oordeel. Mensen zijn zo gebouwd. Hulp zoeken past daarin.

 

Wat je hiervan mee kunt nemen

Je kunt niet herstellen in een lichaam dat constant op scherp staat, hoeveel begrip je ook hebt of hoeveel je ook je best doet. Eerst moet je systeem leren dat het veilig is. Dan pas kan de rest volgen.

 

Dat kost tijd. Dat vraagt herhaling. Maar het kan. Je lichaam wil dat ook.

 

Het is alleen vergeten hoe.



Eske Hoekman is eigenaar van AGAPIA en werkt als trauma- en zenuwstelselcoach vanuit haar eigen ervaring en haar achtergrond als hulpverlener bij de politie. Ze begeleidt mensen die functioneren maar vanbinnen uitgeput zijn, terug naar contact met zichzelf.

Â