Ik weet nog precies hoe ik zat toen de bedrijfsarts me doorstuurde.
Rechtop. Armen over elkaar. Klaar om uit te leggen dat er niets aan de hand was, dat ik het zelf wel zou oplossen, en dat dit gesprek eigenlijk niet nodig was.
De diagnose PTSS raakte me ergens waarvoor ik geen woorden had. Niet omdat ik het niet geloofde. Maar omdat ik het weigerde te geloven. PTSS was voor mensen die het niet aankonden. Die te gevoelig waren voor dit werk. Ik deed dit werk al jaren. Ik had dingen meegemaakt. En ik stond er nog.
Ik gaf mezelf een half jaar. Dan zou deze bullshit voorbij zijn.
Ik weet nog wanneer ik begreep dat ik het bij het verkeerde eind had.
Ik was al een paar maanden in therapie. Ik deed mijn best, echt mijn best, ik werkte aan mezelf, ik begreep steeds meer van wat er was gebeurd, ik had goede sessies en ik liep daarna naar mijn auto en zat dan achter het stuur en voelde precies hetzelfde als voor ik naar binnen liep. Hetzelfde opgejaagde gevoel. Dezelfde spanning in mijn nek. Dezelfde stem in mijn hoofd die maar niet uitging.
Ik dacht: ik doe iets verkeerd. Ik moet het beter begrijpen. Ik moet harder werken.
Maar op een avond, ik weet niet meer precies wanneer, zat ik aan tafel met mijn kinderen en ik keek naar ze en ik voelde niets. Niet op een koude manier. Gewoon leeg. Ze waren er, ik was er, en er was een glazen wand tussen ons die ik niet kon verklaren en niet kon wegdenken.
Dat was het moment. Niet een grote inzinking. Geen dramatische crisis. Gewoon dat lege gevoel aan een gewone tafel op een gewone avond. En de gedachte die erbij kwam: dit gaat niet over met nog meer begrijpen.
Ik had niet begrepen, kon niet begrijpen op dat moment, dat trauma niet iets is wat je met wilskracht oplost. Dat het niet zit in de herinnering aan wat er is gebeurd, maar in je lichaam. In je zenuwstelsel. In de manier waarop je inademt als er iemand onverwacht naast je staat. In de nachtmerries. In het opgejaagde gevoel dat er altijd was, ook op doordeweekse ochtenden waarop er helemaal niets aan de hand was.
Ik dacht dat als ik maar genoeg mijn best deed, als ik maar genoeg mijn best deed in therapie, genoeg werkte aan mezelf, genoeg begreep wat er was gebeurd, het dan over zou gaan.
Maar je kunt trauma niet denken. Je kunt het niet wegredeneren. Je kunt er niet overheen willen.
Wat ik me herinner van de moeilijkste periode is niet zozeer de zware momenten zelf. Ik herinner me het gevoel daartussenin.
Het gevoel dat ik er wel was maar er toch niet echt bij was. Ik zat aan tafel. De kinderen praatten. Het eten dampte. Alles was normaal. Maar ik zat er niet echt. Ik was er met mijn lichaam en ergens ver weg met de rest.
Ik wist niet hoe ik de moeder moest zijn die ik wilde zijn, terwijl ik alles deed wat ik kon. Dat is een zin die ik een tijd niet hardop heb durven zeggen. Want het klinkt als falen. Maar het was geen falen. Het was uitputting die zo diep zat dat er niets meer over was voor de mensen die het meest van me houden.
Dat raakte me meer dan de diagnose. Meer dan de nachtmerries. Meer dan alles.
De weg terug begon niet op de plek waar ik het verwachtte. Het begon buiten, in de polder, met een ademhalingsoefening die ik belachelijk vond.
Totdat ik voelde dat er iets in mijn lijf verschoof.
Niet groot. Niet dramatisch. Maar er was even iets minder gespannen dan het een minuut daarvoor was geweest. En in dat kleine moment dacht ik: o. Dus dit is wat het verschil maakt.
Ik heb daarna nog een lange weg te gaan gehad. Dat wil ik eerlijk zeggen. Het was geen rechte lijn omhoog. Er waren terugvallen en periodes waarin het leek alsof alles wat ik had opgebouwd wegviel. Maar ik wist inmiddels het verschil tussen overleven en iets anders. En dat iets anders wilde ik.
Ik weet nu dat trauma niet verdwijnt. Maar ik weet ook dat het zijn greep op je lijf kan verliezen. Dat je er naast kunt leren staan in plaats van erin te zitten. Dat er na de langste periodes van overleving toch iets kan zijn wat op leven lijkt.
Dat is niet niets. Dat is eigenlijk alles.
Eske Hoekman is eigenaar van AGAPIA en werkt als trauma- en zenuwstelselcoach vanuit haar eigen ervaring en haar achtergrond als hulpverlener bij de politie.