Ik dacht dat herstellen betekende dat ik weer de oude zou worden. Dat klopte niet.

Er was een moment in mijn herstelproces waarop ik besefte dat ik wachtte op iets wat niet zou komen.

Ik wachtte op mezelf. De oude versie. Scherp, snel, zeker van mezelf, klaar voor wat er ook kwam. De politievrouw die dacht dat ze alles aankon.

En op een dag besefte ik: die versie komt niet terug. Want die versie was er al lang niet meer. En eerlijk gezegd, die versie was misschien ook nooit helemaal gezond geweest. Die draaide op wilskracht en adrenaline. Op doorgaan en niet voelen. Ze kon heel veel aan omdat ze had geleerd zichzelf weg te zetten.

Dat is geen kracht. Dat is overleven.



Je wordt nooit meer de oude. Dat klinkt zwaar. Maar voor mij was het uiteindelijk het meest bevrijdende inzicht van het hele herstelproces. Want zolang ik wachtte op de oude Eske, stond ik stil. Zodra ik stopte met wachten, kon ik beginnen.

Niet met grote stappen. Herstel begint niet groot.

Het begon met buiten lopen en bewust voelen dat mijn voeten op de grond stonden. Met ademhalingsoefeningen die ik belachelijk vond maar toch deed. Met leren herkennen wanneer mijn lijf begon te spannen, en dan even stoppen voor ik doorrende.

Dat voelde in het begin als bijna niets. Als veel te weinig voor wat ik had meegemaakt.

Maar bijna niets is niet niets. Bijna niets is een begin.



Op een ochtend zei mijn jongste dochter iets grappigs aan het ontbijt. En ik lachte. Echt lachen, met mijn hele lijf. En daarna dacht ik: wanneer heb ik dat voor het laatste gedaan?

Ik wist het antwoord niet.

Dat kleine moment, was waarschijnlijk groter dan alles wat er in een therapiesessie was gezegd. Niet omdat de therapie niet hielp. Maar omdat dit voor mij het bewijs was. Bewijs dat er iets was veranderd. Niet in mijn hoofd. In mijn lijf.



Ik heb ook terugvallen gehad. Dat wil ik eerlijk zeggen, want herstel wordt te vaak verteld als een rechte lijn omhoog en dat is een leugen die mensen beschadigt.

Er waren periodes waarop alles wat ik had opgebouwd weg leek te zijn. Waarop de nachtmerries terugkwamen. Waarop het opgejaagde gevoel er weer was. Waarop ik dacht: zie je wel. Ik doe het verkeerd.

Maar hier is wat ik inmiddels weet: een terugval is geen mislukking. Het is informatie. Het zegt iets over wat je nodig hebt, niet over wie je bent.

En het verschil tussen vroeger en nu is niet dat ik niet meer terugval. Het is wat ik doe als het gebeurt. Ik bel iemand op. Ik ga naar buiten. Ik leg mijn telefoon weg en zet mijn voeten op de grond. Kleine dingen. Maar andere dingen dan doorgaan en negeren.

Dat is herstel. Niet dat het nooit meer moeilijk is. Maar dat je weet wat je doet als het moeilijk wordt.



Ik ben niet klaar met herstellen. Dat zal ik waarschijnlijk ook nooit zijn.

Maar ik ben wel iemand die weet hoe het voelt om echt aanwezig te zijn bij de mensen van wie ik houd. Die weet hoe het voelt als spanning zakt. Die weet hoe het voelt om te genieten van een gewone ochtend aan een gewone keukentafel.

Dat is niet de oude Eske.

Dat is iets beters.

En als je nu denkt: maar ik weet niet eens waar ik moet beginnen, dan is dit mijn antwoord. Je hoeft het niet allemaal tegelijk te weten. Je hoeft alleen de volgende kleine stap te zetten. Niet de perfecte stap. Gewoon de volgende.

Dat is genoeg om te beginnen.



Eske Hoekman is eigenaar van AGAPIA en werkt als trauma- en zenuwstelselcoach vanuit haar eigen ervaring en haar achtergrond als hulpverlener bij de politie.